Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

Historie van het gilde St. Crispinus en Crispinianus van Besoijen

 

Oprichting van het gilde

Op Crispijnavond, 25 oktober 1838 kwam een tiental personen bijeen om, volgens oud schoenmakersgebruik in Besoijen, de naamdag van de patroonheiligen van de schoenmakers en leerlooiers te vieren. Op zich niets bijzonders dus, ware het niet dat het gezelschap besloot de vriendschapsbanden nauwer te versterken en daartoe een gilde op te richten. De naam van het gilde zou luiden Sint Crispinus en  Crispinianus van Besoijen. Het "van Besoijen" werd toegevoegd om verwarring met het sinds 1793, in het naburige Waalwijk bestaande gilde te voorkomen. De Waalwijkse gildebroeders ontplooien in de jaren 30 van de negentiende eeuw weinig activiteiten en mogelijk is dit een van de redenen geweest om in Besoijen een eigen gilde op te richten. In de analen van het Waalwijks gilde is enkele dagen na de oprichting van het Besoijens gilde genoteerd dat door een aantal mensen het Waalwijksche gilde opnieuw leven werd ingeblazen en dat een twintigtal leden het gezelschap verlaten had. Een nadere toelichting ontbreekt maar mogelijk zijn dit de Besoijenaren geweest. De oudste stukken in het archief van het gilde dateren van 1880. Het eerste en oudste gildeboek, waarin door de secretaris verslag wordt gedaan van alle gebeurtenissen bij het gilde is volgens de overlevering bij brand verloren gegaan. Hoewel in de opvolgende gildeboeken hierover niets is opgetekend, bleek bij nader onderzoek dat er in 1879 brand is geweest bij medeoprichter en en toenmalig hoofdman Jan Babtist de Bakker. Gegevens uit de beginperiode zijn teruggevonden in krantenartikelen almede in een toespraak die gehouden werd tijdens een buitengewone vergadering ter gelegenheid van het vijftig jarig bestaan. In die toespraak memoreerde de zoon van medeoprichter De Bakker, die zijn vader inmiddels was opgevolgd als hoofdman, dat met de welwillende medewerking van de Besoijense bevolking al drie jaar na de oprichting de eerste ornamenten, bestande uit uit een vaandel, een standaard en vier steken met witte pluimen konden worden aangeschaft. De leden waren hierdoor blijkbaar 'zo vol vuur van geraakt' dat zij samen met de hoofdman naar 's-Hertogenbosch zijn gegaan om oor hem een nieuw pak te kopen. Bijna alle gildebroeders waren bij deze missie van de partij vanwege 'het grote respect van hun opperhoofd in goede snit aan lijf en leden te zien verschijnen bij de eerste feestelijke optocht'  De Bakker maakte tijdens het gouden feest ook melding van het eertijds bestaan van een eigen harmonie binnen het gilde. Die harmonie was aanvankelijk dusdanig succesvol dat 'schreiende moeders zich, met het geld in de hand voor een nieuw instrument, tot de directie wendden om hun zoon toch aar als muzikant aan te stellen. Na enige tijd bleek de harmonie echter 'langzamerhand weggestorven' en in 1888 restte allen nog een gebrekkige en niet meer te bespelen trom. Wat wel is gebleven en nog steeds bestaat is wat men toen de schutterij noemde. Ter versterking van de onderlinge band in gildekringen beter bekend als broederschap werden en worden nog steeds wekelijke schietoefeningen gehouden. Deze gemeente is sinds 1922 samen met de gemeente Baardwijk opgegaan in de gemeente Waalwijk. In die tijd ontstond er bij enkele burgers in Besoijen de behoefte om zich met gelijkgezinden in met name beroep en geloofsovertuiging te verenigen in een gilde. Op deze manier kon men onder meer de beroepsbelangen beschermen, elkaar steunen in tijden van nood en daarnaast ook de schietsport beoefenen en samenzijn. Met andere woorden: Broederschap. Naar alle waarschijnlijkheid is het gilde voortgekomen uit een ander gilde; het gilde St. Crispijn & St. Crispinianus van Waalwijk en Besoijen dat in 1793 werd opgericht maar in 1932 weer "slapende" werd. Een gilde kan namelijk nooit opgeheven worden, maar wordt inactief en kan ten alle tijden weer heropgericht worden.

 

Broederschap

De keuze van de patroonheilige doet veronderstellen dat het gilde van Besoijen in eerste instantie een ambachtsgilde is geweest , waarvan het lidmaatschap was voorhouden aan schoenmakers en leerlooiers. Gedurende de eerste decennia waren het ook uitsluitend mannen uit die beroepsgroep die zich tot koning schoten. Daar kwam echter verandering in toen broodbakker Arnold M.Manders de vijfde koning van het gilde werd. Waren de reglementen inmiddels aangepast of was het puur toeval dat de eerste vier koningen het schoenmakers- of leerlooiers vak uitoefenden? We zullen het waarschijnlijk nooit weten. Net zo min als we door het ontbreken van van het eerste gildeboek ooit zullen weten of het Besoijens gilde, net zoals haar Waalwijkse zustervereniging een speciale ziekenkas voerde of de nabestaanden financiële ondersteuning bood na het overlijden van een gildebroeder.  Gelet ook op de beweegreden die ten grondslag lagen aan de oprichting van het gilde in 1838, staat het echter onomstotelijk vast dat broederschap en niet te vergeten gezelligheid vanaf dag één hoog in het Besoijense vaandel hebben gestaan. Ter illustratie hiervan het volgende citaat van Jan Babtist de Bakker bij gelegenheid van zijn 40 jarig hoofdmanschap in 1881. "Ik ben innig overtuigd dat de beste eensgezindheid onder de gilde heerscht, iets wat in mijne functie zeer verlicht. Ja, ik voel mij wel tien jaren jonger ziende de hoogachting en warme vriendschap die allen mij toedragen. Ik heb altijd mijn best gedaan teneinde orde, liefde en eensgezindheid te bewerkstelligen en ik heb reeds lange mogen ondervinden  dat mijne pogingen geen schipbreuk hebben geleden, maar met beste gevolg bekroond zijn geworden. Ik hoop nog vele jaren aan het spits der gilde te mogen staan en getuige mogen zijn van die voortdurende eensgezindheid'

 

De legende van St. Crispinus en St. Crispinianus: patroonheiligen van de schoenmakers, leerlooiers en orthepodisten

De gebroeders Crispinus en Crispinianus, afkomstig uit een voorname Romeinse familie, vluchtten onder de vervolging van Diocletiaannaar Soissons in Frankrijk. Hier leerden zij het schoenmakersvak en maakten kosteloos schoenen voor de armen. Omdat ze via deze weg in contact kwamen met de heidense bevolking konden zij menigeen bekeren tot het christendom. De Romeinse prefect Rictiovarus was het hier niet mee eens en liet hen op talloze wijzen martelen. Omdat ze op geen enkele manier bereid waren afstand te doen van hun christelijke geloof  werden ze met een molensteen om de hals in de rivier de Aisne geworpen, op wonderbare wijze van de verdrinkingsdood gered en uiteindelijk met het zwaard onthoofd. Dat is de kern van de legende rond de twee patroonsheiligen van onze middeleeuwse schoenmakersgilden. Een nederduitse vertaling van de Legenda aurea uit 1485: "Dat duytsche Passionail" zegt hierover: dat de gebroeders "uit machtige en edele ouders" te Rome geboren waren, waarna ze naar Parijs gingen om het christelijke geloof te prediken. Ze kwamen in Soissons en leerden het schoenmakersvak en verstonden het vak zo goed dat ze het "boven andere mynsche kunstlicher konden". Ze deden het niet zozeer om loon, want ze gaven hun schoenen voor niets weg. Daardoor kwamen ook de heidenen tot hen en verkondigden zij hun het christelijke geloof. Maar dat beviel de Romeinse prefect Rictiovarus niet en hij liet de beide mannen bij zich brengen. "Ynde sy worden vonden dat sy den armen mynschen yr schoe lappeden". Hij liet ze gevangen zetten en probeerde ze van hun geloof af te brengen. Maar ze gingen daar niet op in. Daarom liet Rictiovarushen "bynden" en met stokslagen geselen. En omdat ze standvastig bleven in hun christelijke geloof deed hij de een na de ander met scherpe priemen van "yser" in hun vingers en onder hun nagels martelen. Toen ze ook nu weer standvastig waren, werden hun leden op de bank uitgerekt, en werden "ryemen" vlees uit hun schouder gesneden. Maar temidden van hun grote pijnen sprongen de priemen uit hun vingers en verwondden ze hun beulen "tzo dem doit", tot dodens toe. Daar Rictiovarus dit zag, gebood hij dat men ieder een zwaren steen om de hals zou hangen en in het water en het ijs zou werpen. "want itwas winter". Men deed hetgeen was geboden , maar noch het ijs deerden hen. Ja zelfs het water was zo "genoechlich ynd soe lustlich" dat zij dachten in een warm bad te liggen. De molensteen viel van hun hals en zij kwamen aan de andere zijde op de oever. Toen Rictiovarusdit zag werd hij zo kwaad, dat hij hen in gesmolten lood liet werpen.Toen ze daarin lagen en hun gebed deden, sprong er een druppel lood uit de kuip in het oog van Rictiovarus "ynd he wart seer daeran gepinicht inde was blint". Daarop deed men pek en olie samen branden, maar ook dit hinderde de heiligen niet. Zij baden tot de heer om verlossing uit hun lijden "t zo schande der duvelen ynd synre dienre". Toen ze hun gebed hadden geeindigd , hielp een engel hen uit hun kwelling. Daarop stortte de rechter zichzelf in het vuur en zo werd gods oordeel over hem geveld.De heiligen baden dat God hen spoedig zou halen en hun het loon voor hun overwinning zou geven. "Ind alsugeschiede ouch". Want toen keizer Maximilianus hoorde dat Rictiovarusdood was, gebood hij dat men de heiligen zou onthoofden, en dat geschiedde. Men wierp de lichamen op de grond voor de beesten en de vogels. Maar Christus waakte ervoor dat hun lichamen ongedeerd bleven. Hij zond een engel naar een oude man en beval dat hij de lichamen zou begraven in zijn huis. De man nam zijn dochter mee, die ook christen was. En zij gingen naar de plaats waar de onthoofde martelaren lagen.Daar 's mans huis dicht bij een rivier lag zou men gemakkelijk met een schip de heiligen daarheen kunnen overbrengen. Maar hij had geen schip, en hij kon ook niet varen, zodat hij machteloos was om de lichamen tegen de stroom te voeren. Hij was er bedroefd om geen mogelijkheid te zien om de lichamen daar te brengen waar hij gedacht had. En als zij bij de stad kwamen, die de engel hun getoond had, vonden zij de lichamen ongeschonden, en een schip in het water.Een ieder nam een van de lichamen en ze droegen ze zo gemakkelijk alsof ze zonder gewicht waren, zodat het scheen dat zij meer door de lichamen zelf werden gedragen dan dat zij de lichamen droegen. Ze legden de lichamen in het schip op bevel des heren. En het schip ging in beweging tegen de stroom op en niemand deed er iets tegen. En ze kwamen te land voor hun woning. En toen de vervolging over was, betoonde God de christenmartelaren eer door mirakelen die daar geschiedden. En daar werd door de christenen ter ere van de heiligen een grote kerk gebouwd. Dat is het verhaal dat de vijftiende-eeuwse mensen konden lezen in het passionaal van Jacobus de Voragine.

 

Rijmelarijen:

Sinte Crispinus en Crispiniaan

De een was blootsvoets en de ander had geen schoenen aan. 

Sinte Crispinus zeit:
Het loon verzoet de arrebeid.
Zou het loon den arbeid niet verzoeten,
Dan zou de schoenmaker de poort uit moeten.

Hier in Krispijn kan men de menschuit beestenvellen,
Elk schoenen na zijn voet voor gelt terstont bestellen.
Dog menig beest alhier steekt in een menschenvel,
draagt zelf zijn broeders huit, en 't staat dat beest nog wel.

  

Statuten

In de Statuten van het gilde is onder andere de doelstelling van het gilde vastgelegd. Het gilde stelt zich ten doel de traditie van dit gilde en de gildegeest in volle omvang en betekenis, zomede het wezen van het gilde zo nauwgezet mogelijk te veredelen, tot ontwikkeling en bloei te brengen en daardoor in overeenstemming met de bedoelingen van de oprichters van dit gilde werkzaam te zijn, onder handhaving van zijn identiteit, welke het belangrijkste bindend element vindt in broederschap tussen de gildebroeders, welk broederschap van oudsher is gebaseerd op de heilige schrift in verbondenheid met de Rooms -Katholieke kerk en op welke broederschap elke gildebroeder persoonlijk aanspreekbaar heet te zijn; het behoud van het historische karakter en van de oude gebruiken van dit gilde, het welke het van de oorsprong heeft gedragen en behouden. De laatste aanpassing van de statuten heeft in 1982 plaatsgevonden.

 

Huishoudelijk reglement 

Het oudste nog bestaande huishoudelijk reglement in het archief van het gilde is een herziene versie die dateert uit 1880. In dit reglement zijn alle tradities en taken binnen het gilde nauwkeurig vastgelegd. Hoewel het regelement in de loop van de jaren is aangepast aan de huidige ontwikkelingen, behoeften en wet- en regelgeving, zijn de hoofdlijnen nog steeds hetzelfde.  Vroegere aanpassingen betroffen voornamelijk verhogingen van de contributie, die in 1880 twintig cent per maand bedroeg,  en het afschaffen van de boetes voor bijvoorbeeld het te laat of zonder geldige reden niet verschijnen op de maandelijks vergaderingen. Deze boetes bedroegen respectievelijk vijf en tien cent. Ook werd het verpachten van het vaandel en de standaard waarbij de hoogst biedende zich een jaar lang vaandrig of standaardruiter mocht noemen afgeschaft. En waar vroeger de secretaris aan elk nieuw lid, voorafgaand aan diens installatie, het volledige reglement diende voor te lezen , waarvoor het nieuw lid 50 cent in de kas moest storten, wordt dit voortaan per e-mail aan nieuwe leden toegestuurd.  De aanpassingen van de laatste jaren hebben voornamelijk te maken met gewijzigde wet- en regelgeving waaraan het gilde moet voldoen. Wel is er nog steeds een ongeschreven regel dat een nieuw lid na zijn installatie als gildebroeder aan alle aanwezige gildebroeders een consumptie moet geven.  

 

Lidmaatschap

In de beginjaren na de oprichting was het alleen mogelijk voor schoenmakers en leerlooiers om lid te worden van het gilde. In 1880 toont de ledenlijst al een mooie dwarsdoorsnede van de Besoijense  samenleving. Nog steeds waren veel gildebroeders schoenmaker of looier , maar ook een, smid  kleermaker, logementhouder, timmerman, loonslager, landbouwer, tapper, koperslager en broodbak komt voor op de ledenlijst vanaf 1880. Indien iemand zich wil aanmelden als aspirant-lid van het gilde wordt hem verzocht eerst naar het schietterrein te komen om enkele weken kennis te maken met de leden, de activiteiten en gebruiken bij het gilde. Bevalt deze kennismakingsperiode van twee kanten goed kan men zich schriftelijk aanmelden als aspirant-lid van het gilde. In de eerstvolgende maandvergadering van het gilde wordt het verzoek om lid te worden van het gilde in de vergadering gebracht waarbij zijn schriftelijke aanmelding een half jaar 'voor' komt te hangen. Na minimaal een half jaar wordt er over het lidmaatschap gestemd. Indien een meerderheid van de leden voor stemt wordt het aspirant-lid uitgenodigd voor de eerstvolgende maandvergadering waarin hij wordt geïnstalleerd als lid van het gilde.   

 

Locaties schietterrein

Vanaf de oprichting van het gilde stond de schutsboom in de tuin bij hotel Brokken, op de hoek van de Grotestraat en Besoijense straat. Naar aanleiding van een noodlottig ongeval in Sambeek in 1896, waarbij een zesjarig jongetje om het leven was gekomen bij een schietwedstrijd van het schuttersgilde aldaar, werden ook in Besoijen de regels aangescherpt. Daarnaast bleken er enkele klachten van omwonenden bij het gemeentebestuur te zijn ingediend. Het verzoek van de burgmeester aan het gilde zo spoedig mogelijk op zoek te gaan naar een andere locatie werd hoog opgenomen. Men maakte haast met de zoektocht, die weldra werd beloond. Het gilde kon terecht bij Constans van Dongen, bloemist, boomkweker en tapper aan het Westeinde. De voor de schietinrichting verleende Hinderwetvergunning maakte melding van van de exacte plaats van de schutsboom: vijf meter ten noorden van de Loint, 99 meter ten westen van van de tegenwoordige Besoijensestraat en 137 meter ten zuiden van van het huidige Westeinde. Op 17 mei 1897 vond de openingswedstrijd plaats en de kastelein gaf meteen zijn visitekaartje af. Hij werd de beste schutter van de dag. Die prestatie herhaalde hij ook nog eens in 1906 toen hij zich tot koning van het gilde schoot. In 1915 maakte gastheer van Dongen zijn aanstaande verhuizing bekend en moest het gilde dus weer uitzien naar een andere locatie. Gelukkig bleek kastelein Van der Meijs aan de Grotestraat bereid het gilde 'aan te nemen' en was achter zijn zaak over de dijk, voldoende ruimte voor het plaatsen van de schutsboom. Op 4 juli 1915 nam van Dongen, met enkele rondjes van de zaak, afscheid van het gilde, dat daarna op dezelfde wijze welkom werd geheten door de nieuwe gastheer. In afwachting van de vergunning werd de schutsboom alvast geplaatst, zodat men na ontvangst van de benodigde papieren meteen over kon gaan tot de officiële opening. 

  Gezicht op de Winterdijk en de schutsbomen van het gilde achter café Van der Meijs

 

De oude schutsboom hield stand tot tot 1935 toen hij door een storm werd geveld. Voor meer stevigheid werden 2 nieuw schietbomen daarom in beton geplaatst. Dat bleek te werken, want de schutsbomen overleefde de stormvloed van van 1 februari 1953. Het in 1950 door de kastelein geplaatste schiethuis een houten gebouwtje waarin de schutters bij slecht weer konden schuilen spoelde die nacht echter in stukken aan op de dijk. In 1963 moest het gilde opnieuw op zoek naar een nieuwe locatie voor de schietoefeningen. De gemeente had de grond achter Café 't Gildehuis nodig voor de aanleg van de Maasroute en woningbouw. Een kleine troost: In de nabijheid van de plaats waar ruim 45 jaar de schietbomen van het gilde hadden gestaan werd een straat aangelegd, waarvan de naam verwijst naar de 'schutterdoelen' van het gilde; te weten de Doelenstraat. In de zoektocht naar een nieuwe accommodatie kwam het gilde uiteindelijk weer terecht op het Westeinde. Ditmaal bij gildebroeder Willem van den Hoven, die een terrein achter zijn boerderij beschikbaar stelde en om te beginnen voor vijf jaar een overeenkomst met het gilde sloot. Met de schutsboom op een platte kar trokken de gildebroeders op tweede paasdag in optocht naar het nieuwe terrein voor de feestelijke ingebruikname. Al vrij snel daarna werd de schuur van Van den Hoven door het gilde omgedoopt in "Gildehoeve". Onder deze naam is de boerderij tot op de dag van vandaag bij de oudere inwoners nog steeds bekend. In 1965 liet Willem van den Hoven weten dat het gilde wat hem betrof nog minstens vijf jaar op zijn grond zou kunnen schieten, een belofte die hij in 1970 nog eens herhaalde. De overeenkomst lijkt toen stilzwijgend te zijn omgezet naar onbepaalde tijd, hoewel Willem er begin 1976 al voor waarschuwde dat de plannen voor de Provinciale weg N 261 tot gevolg zouden hebben dat het gilde op termijn weer zou moeten verhuizen. Toch kon in 1986 nog het zilveren jubileum van de 'Gildehoeve' worden gevierd en het duurde tot tot 1990 voordat Willem aan moest kondigen dat hij een groot gedeelte van zijn grond moest afstaan aan de gemeente ten behoeve van woningbouw in Besoijen West. In 1991 heeft het gilde afscheid genomen van de "Gildehoeve'. 

 

                                                                                                        Overzicht schietterreinen van 1838 tot 1991 en overzicht gildekamers van 1838 tot heden

                                                                                                   

Toen het gilde in 1991 vanwege de nieuwbouw in Besoijen-west moest verhuizen is door de gemeente gezocht naar een tijdelijk perceel in Besoijen. Het was uiteindelijk de bedoeling dat het gilde zich, samen met onder andere voetbalvereniging R.W.B., op termijn zou vestigen in de nog te ontwikkelen wijk Landgoed Driessen.  In verband met de strenger geworden  wet- en regelgeving bleek een tijdelijke locatie binnen Besoijen echter geen haalbare kaart. Het gilde is toen verhuist naar een voormalig weiland achter het bedrijf Plastica Plaat aan het einde van de Industrieweg. De verhuizing vond plaats met een oude  tractor en een platte wagen van Willem van den Hoven. Het bouwjaar van de tractor deed denken aan het oprichtingsjaar van het gilde want het was een hels karwei om de tractor aan de praat te krijgen en te houden. De ritjes vanaf Besoijen nemen vele uren in beslag. Omdat het gilde tijdelijk naar de Industrieweg zou verhuizen bestond de huisvesting uit een zogenaamde salon- of pipo wagen op wielen. In 1997 werd duidelijk dat een verhuizing terug naar Besoijen, onder ander door de steeds strenger wordende wet- en regelgeving, onmogelijk zou worden. Daar kwam bij dat de gildebroeders het inmiddels goed naar de zin hadden in hun eigen natuurreservaat achteraan op het industrieterrein. Er gingen steeds meer stemmen om op de huidige locatie een permanent paviljoen te bouwen met daarin luchtgeweerbanen. Toen het het gilde in 1999 voor een symbolisch bedrag een biljartgebouw, wat achter café Molenvliet stond, over kon nemen kon er invulling worden gegeven aan deze wens. Het biljartgebouw is in zijn geheel, inclusief de fundering, door een aantal gildebroeders gedemonteerd. Vervolgens hebben de gildebroeders de onderdelen verhuist naar de Industrieweg en daar weer in elkaar gezet. Dit biljartgebouw was het paviljoen gedeelte. Door een 12 meter lange zeecontainer aan het paviljoen te plaatsen werden 3 luchtgeweerbanen gecreëerd. Het gebouw werd compleet gemaakt met een grote overkapping waarvan de constructie afkomstig was van een carport. In 2007 is aan dit gebouw nog een grotere ruimte gebouwd waarin 4 luchtgeweerbanen zijn gemaakt. Hiermee had het gilde een terrein en gebouw waarmee de gildebroeders tot in de lengte van jaren mee vooruit zouden kunnen. Echter in 2014 verschenen de eerste berichten over het aanleggen van een insteekhaven. In deze berichten werd wel gesproken over diverse verhuizingen en verplaatsingen van onder andere de jachthaven. Het gilde werd hierbij echter niet vernoemd. Bij bestudering van de voorlopige plannen bleek dat er dwars door ons paviljoen een weg gepland was. Dit is voor het gilde de aanleiding geweest om contact op te nemen met de gemeente. Tijdens een gesprek is aan het gilde medegedeeld dat het inderdaad de bedoeling is dat het gilde moest verhuizen. Hierna is een traject van overleggen en vergunningverlening gestart. Hierna is in februari 2019 gestart met het aanleggen van een nieuw terrein, de nieuwbouw van een casco paviljoen en het verplaatsen van de schietbomen. Dit alles in opdracht van de gemeente Waalwijk. Op 1 juli 2019 heeft het gilde de sleutels ontvangen van het nieuw paviljoen. Hierna hebben de gildbroeders de afbouw van het paviljoen gedaan, de tuin aangelegd een een opslagruimte gebouwd. De planning was dat het terrein in 2020 officieel zou worden geopend. Echter de Corona epidemie heeft er voor gezorgd dat tot op heden het terrein nog niet officieel is geopend.   

 

                                                                                              

                                                                            

 

 OVERZICHT VAN DE 3 POSITIES VAN DE PAVILJOENS EN SCHIETBOMEN OP HET PERCEEL AAN DE INDUSTRIEWEG   

 

JUBILEA EN BIJZONDERE EVENEMENTEN

1881: 40 jarig lidmaatschap hoofdman

Het oudste, nog bekend zijnde jubileum, betreft het 40 jarig lidmaatschap van hoofdman en medeoprichter van het gilde Jan Babtist de Bakker. Op 29 juni 1881 was deze 40 jaar hoofdman en dit feit werd met een groot feest herdacht. De hoofdman werd in optocht door Besoijen gereden voorafgegaan door harmonie St. Crispijn van Waalwijk en Besoijen en een achttal maagdekens. Aan de jubilaris werd een portret aangeboden, gemaakt door Dorus van Delft, de vader van de latere bekende schilder Theo van Delft. Uit een aantekening blijkt dat de kosten van het feest en het portret dat gemaakt is door Theodorus van Delft totaal fl. 47,25 bedragen hebben. Hij overleefde zijn jubileum slechts enkele maanden en overleed op 1 november.

 

1888: 50 jarig bestaan

Op 30 juli 1888 is er een buitengewone vergadering om het komend 50 jarig bestaan te bespreken. Het diner voor het 50 jarig bestaan ,wat op 1 oktober 1888 wordt gehouden,  wordt nu al vastgesteld en is als volgt: om drie uur soep met gehakt, aardappelen, rundvlees met pruimen, haantjes met groenten (15x), karbonade en worst met erwten en kalfsvlees met augurken, salade met eieren daarna dessert en per man een halve fles wijn. ’s-Avonds broodjes met vlees. Met het 50 jarig bestaan zal een herinneringsmedaille verschoten worden die de winnaar mag dragen doch eigendom van gilde blijft. De dag begon om 8.00 uur met een gezongen mis waarna om 10.00 het schieten zal beginnen. Er zijn 20 deelnemende schutters voor wie elk een prijs beschikbaar is. Verzameld werd in de gildenkamer bij de wed. van Son, in het Hof van Holland, aan de oostzijde van de Tempelierstraat. De medaille werd gewonnen door J de Leijer met 17 uit 20 rake schoten na diverse kamprondes. In de toespraak door hoofdman E.G. de Bakker werd o.a. gezegd dat op Crispijnavond 1838 een tien tot twaalftal personen volgens oud schoenmakersgebruik bijeen kwamen en werd het denkbeeld geopperd “de vriendschapsband nauwer aan te halen, een geselschap te formeeren onder het toenmaals nog algemeen gebruik eener gilde”. Er wordt herinnerd aan het schilderij dat van zijn vader, Jan Baptist de Bakker, gemaakt was en nu in hun midden stond. Ook werden herinneringen opgehaald aan de kunstschilder Dorus van Delft die het gemaakt had. Als anekdote wordt nog verteld dat het schilderij nadat het af was aan niemand buiten de gilde werd vertoond dan na een contributie van een halve fles verteer en dat de glaasjes dan met “ondekte” hoofden werden genuttigd op het welzijn van den Patroon. Na verloop van drie jaar, het vaandel wijst ons het jaartal aan, zijn de ornamenten aangeschaft en hierdoor waren de leden zo vol vuur geraakt dat zij samen met hun eerste persoon, den hoofdman, een nieuw pak in onze Provinciale hoofdstad zijn gaan kopen onder geleide van een aantal leden, niet om hunne nieuwsgierigheid te voldoen maar alleen het grote respect van hun opperhoofd in goede snid aan lijf en leden te zien verschijnen bij den eersten feestelijken optocht. Ook maakt de spreker melding van het bestaan binnen het gilde van een harmonie doch die is zoals gezegd “langzamerhand weggestorven”. Er resteert nog wel een trom doch die is niet meer te bespelen. Gememoreerd wordt tevens dat de vele nog aanwezige koningsschilden bewijzen dat de schutterij zich beter heeft kunnen handhaven. Wel zijn enige tijdstippen aan te wijzen waarop de gilde in verval was doch telkens heeft zij zich weer omhoog kunnen werken. Spreker besluit met de hoop uit te spreken dat het eeuwfeest even goed als nu herdacht zal worden waarop de glazen geheven worden. Op deze avond was ook de beschermheer burgemeester J. Verwiel aanwezig die ook een treffende toespraak hield en elk lid 25 cent te verteren gaf. In de “ Echo van het Zuiden” van 25 oktober 1888 wordt geschreven dat op 23 october te “Bezooien” feestelijk het vijftigjarig bestaan gevierd werd van het gilde St. Chrispijn, in het Hof van Holland bij de weduwe van Son. Aan de wand prijkte het met groen en bloemen omkranste portret van wijlen den heer Jan Baptist den Bakker, oprichter en hoofdman van genoemd gezelschap. Tijdens het feest was er een optreden van de bekende komiekzanger van Ree uit Waalwijk die gesteund werd door den verdienstelijke pianist de heer Schrijner uit Baardwijk. Op de vergadering van drie december 1888 worden nog twee leden aangenomen maar door de directie wordt besloten dat daarna geen leden meer aangenomen mogen worden zolang het gezelschap 30 leden groot is. Het lid G. Brokken die buitenlands woont verzoekt verschoond te blijven van boeten hetgeen wordt toegestaan onder voorwaarde dat als hij tussentijds mee feest hij daarvoor wel apart moest betalen.

Op 8 juni 1913 wordt herdacht dat de gilde 75 jaar geleden was opgericht met een groot concours in “t Plantaatje” bij C. van Dongen aan het Westeinde te Besoijen. ADVERTENTIE PLAATSEN Reeds lang waren de gildenbroeders er op gespitst dit feit niet ongemerkt voorbij te laten gaan. Integendeel zij wensten een luisterrijk feest te vieren waaraan veel gezelschappen zouden deelnemen. Uit de gemeenteraad van Besoijen had zich een voorlopig comite gevormd om het tweedaagse feest mee te organiseren. Aan het gildenfeest zou zich het onafhankelijkheidsfeest ter herinnering van Neerlands onafhankelijkheid verbinden. Omstandigheden buiten schuld van het gilde deden die plannen echter mislukken. Toen dan een gemengd nationaal feest een mislukking was geworden wilde het gildenbestuur echter toch doorgaan om een schuttersfeest te organiseren. Koningin Wilhelmina schonk een medaille, Prins Hendrik schonk er een en ook de Koningin-moeder Emma bleef daarbij niet achter en schonk ook een medaille. Behalve deze drie waren er nog 14 andere medailles te winnen. Voorwaar een mooie collectie te winnen prijzen. “Het weer was die dag niet echt zomers doch af en toe kwam het zonnetje tegen de middag door de waterige wolken gluren. Onder het schallen van fanfares trok ook de harmonie van de R.K. Gildenbond van Waalwijk door de straten. Geen Rooms vrouwke was op haar stoofke gebleven, geen grijsaard stelde het genot der vredige pijp boven het genoegen om het leven en joelen der jeugd te zien. Niet minder dan 31 gezelschappen met 41 zestallen verschenen om luister bij te zetten aan onze jubeldag, om te genieten van den blijen tocht naar Besoijen om te komen kampen op den boom die wel een vertrouwde maar niet steeds een vriendlijke vriend bleek te zijn”. Die grote opkomst herdacht dan ook de beschermheer de Edelachtbare Heer C.G. Verwiel, burgemeester, in zijn openingsrede “waarin hij allen verwelkomde, hun een blijen dag toeriep in een eerlijke strijd en ook nog een heilwens op H.M. de Koningin uitbracht. Wolken water kwamen neer over de gildemannen en de kampplaats. Doortastende maatregelen werden genomen om het verloop tot een goed einde te brengen”. Geschoten werd er ook nog. De eerste prijs was voor St. Hubertus uit Gemert met 16 punten, 2 e werd Oranje-Agatha op Lombok uit St. Agatha met 15 punten en derde het tweede zestal van St. Joris uit Udenhout ook met 15 punten. De eerste drie puntenprijzen werden als volgt verdeeld: eerste het tweede zestal van St. Joris Udenhout met 14 punten, tweede St. Blasius uit Heusden met 13 punten en derde Oefening en Vermaak uit Udenhout. ‘s-Avonds gaf harmonie “ Euphonia” uit Kaatsheuvel nog een concert in de tuin bij het feestgebouw. Ook werd nog de wens geuit dat het gilde nog eenmaal zijn honderdjarig bestaan zou mogen herdenken. Daarna gaat alles weer als vanouds en op kermiswoensdag 4 september zou er weer een kermisbal plaatsvinden doch de kasteleinsvrouw is ziek zodat het bal niet door kan gaan. Wel werden er in dat jaar nog 2 geweren en 50 hulzen aangeschaft waarmee op die dag werd proefgeschoten. De kosten hiervan waren fl. 14.00.

 

1913: 75 jarig bestaan

Op 8 juni 1913 wordt herdacht dat het gilde 75 jaar geleden was opgericht met een groot concours in “t Plantaatje” bij C. van Dongen aan het Westeinde te Besoijen. Reeds lang waren de gildenbroeders er op gespitst dit feit niet ongemerkt voorbij te laten gaan. Integendeel zij wensten een luisterrijk feest te vieren waaraan veel gezelschappen zouden deelnemen. Uit de gemeenteraad van Besoijen had zich een voorlopig comite gevormd om het tweedaagse feest mee te organiseren. Aan het gildenfeest zou zich het onafhankelijkheidsfeest ter herinnering van Neerlands onafhankelijkheid verbinden. Omstandigheden buiten schuld van het gilde deden die plannen echter mislukken. Toen dan een gemengd nationaal feest een mislukking was geworden wilde het gildenbestuur echter toch doorgaan om een schuttersfeest te organiseren. Koningin Wilhelmina schonk een medaille, Prins Hendrik schonk er een en ook de Koningin-moeder Emma bleef daarbij niet achter en schonk ook een medaille. Behalve deze drie waren er nog 14 andere medailles te winnen. Voorwaar een mooie collectie te winnen prijzen. “Het weer was die dag niet echt zomers doch af en toe kwam het zonnetje tegen de middag door de waterige wolken gluren. Onder het schallen van fanfares trok ook de harmonie van de R.K. Gildenbond van Waalwijk door de straten. Geen Rooms vrouwke was op haar stoofke gebleven, geen grijsaard stelde het genot der vredige pijp boven het genoegen om het leven en joelen der jeugd te zien. Niet minder dan 31 gezelschappen met 41 zestallen verschenen om luister bij te zetten aan onze jubeldag, om te genieten van den blijen tocht naar Besoijen om te komen kampen op den boom die wel een vertrouwde maar niet steeds een vriendlijke vriend bleek te zijn”. Die grote opkomst herdacht dan ook de beschermheer de Edelachtbare Heer C.G. Verwiel, burgemeester, in zijn openingsrede “waarin hij allen verwelkomde, hun een blijen dag toeriep in een eerlijke strijd en ook nog een heilwens op H.M. de Koningin uitbracht. Wolken water kwamen neer over de gildemannen en de kampplaats. Doortastende maatregelen werden genomen om het verloop tot een goed einde te brengen”. Geschoten werd er ook nog. De eerste prijs was voor St. Hubertus uit Gemert met 16 punten, 2 e werd Oranje-Agatha op Lombok uit St. Agatha met 15 punten en derde het tweede zestal van St. Joris uit Udenhout ook met 15 punten. De eerste drie puntenprijzen werden als volgt verdeeld: eerste het tweede zestal van St. Joris Udenhout met 14 punten, tweede St. Blasius uit Heusden met 13 punten en derde Oefening en Vermaak uit Udenhout. ‘s-Avonds gaf harmonie “ Euphonia” uit Kaatsheuvel nog een concert in de tuin bij het feestgebouw. Ook werd nog de wens geuit dat het gilde nog eenmaal zijn honderdjarig bestaan zou mogen herdenken. Daarna gaat alles weer als vanouds en op kermiswoensdag 4 september zou er weer een kermisbal plaatsvinden doch de kasteleinsvrouw is ziek zodat het bal niet door kan gaan. Wel werden er in dat jaar nog 2 geweren en 50 hulzen aangeschaft waarmee op die dag werd proefgeschoten. De kosten hiervan waren fl. 14.00. 

 


Gilde in 1918

 

 

1938: 100 jarig bestaan  

Op 14 en 15 augustus 1938 wordt in het kader van het 100 jarig bestaan van ons gilde wederom de Kringdag Maasland te Besoijen gehouden. De dag wordt gehouden op dezelfde manier zoals in 1936 en ‘s-avonds zal er een vuurwerk worden gegeven dat fl. 20,00 kost. Ook zullen er danstenten worden geplaatst; een van Joh. van Zwietering en een van Bart Kamp. De eerste korpsprijs op de eerste dag bestaat uit een medaille die geschonken werd door H.M. de Koningin terwijl op de tweede dag de eerste prijs bestaat uit een medaille die geschonken was door Z.K.H. Prins Bernhard. Totaal hebben er voor deze dagen 27 gezelschappen ingeschreven. Hierbij vinden we gezelschappen uit Aarle-Rixtel en Beek en Donk maar ook uit Teteringen, St. Agatha, Bavel, Waalre en ook De Eendracht uit Waalwijk heeft zich aangemeld.

 

1963: 125 jarig bestaan

In februari 1963 bevestigt het Gemeentearchief dat bij hen gedeponeerd zijn twee gildeboeken die voor het gilde altijd te raadplegen zijn. De kermis wordt gegund en dat brengt tot dan toe een bedrag op van fl. 1.698,00. De kring Maasland wordt aangeschreven om de subsidie uit te keren en diverse bedrijven worden aangeschreven met het verzoek een financiele bijdrage over te maken. Een bedrijf uit Mill wil tijdens het feest een danstent plaatsen en de Fa. Driessen uit Heerlen komt met een schiettent. Of er door ons zelf al niet genoeg geschoten wordt!. Kort voor het 125 jarig bestaan worden nog een drietal leden geroyeerd daar zij de achterstallige contributie nog steeds niet betaald hebben. Ook gaat er een brief naar de L.S.B. dat het ons gilde onmogelijk is om aan de onderlinge schietwedstrijden op 19 mei te Heusden deel te nemen i.v.m. de organisatie van de festiviteiten te Besoijen. Het bestuur van L.S.B. deelt die mening echter niet. Of dit gevolgen heeft gehad is niet bekend. De jury’s worden al vroeg in het jaar samengesteld doch kunstschilder Theo van Delft schrijft een brief met de mededeling dat hij niet aanwezig kan zijn. Ch. Hogedoorn van het gilde Sint Sebastiaan te Udenhout laat weten dat hun gilde nog maar uit twee personen bestaat en dat zij gaan fuseren met “Weerbaarheid” aldaar. Die willen wel komen doch zijn met de gilderegels helemaal onbekend. (ZIE DOOS BERT!!Burgemeester Teijssen en burgemeester Lambooij van ’s-Hertogenbosch laten in een brief weten dat zij op 12 mei verhinderd zijn doch dat de wethouders en secretaris wel op de receptie ten gemeentehuize aanwezig zullen zijn. De commissaris der Koningin laat weten een bronzen medaille beschikbaar te stellen. De route die de gilden zullen gaan is als volgt: Opstellen aan de Maijlaan, dan via Burgemeester Verwielstraat naar de Grotestraat en vervolgens door de Besoijensestraat via de Kraijenhoflaan naar het schietterrein. Op de feestdag zelf zijn er 20 deelnemende gilden en het receptieboek bevat 77 handtekeningen van mensen die het gilde hebben gelukgewenst. Gelukstelegrammen zijn er van Andre van Hilst, A.W.P. van Hilst en van Antoon Tielen. 

 

1966: start luchtgeweerschieten

Dit jaar wordt er voor de eerste keer geschoten met het luchtgeweer. 

1975 overdekte baan

 

 

 

 

Gilde in 1976 

 

1988: 150 jarig bestaan

Het 150 jarig bestaan is gevierd op zaterdag 10 en zondag 11 september. Op zaterdag is het gilde naar het gemeentehuis waar we om 11.00 uur werden verwacht. Daar aangekomen is een vendelgroet gegeven en zijn na ontvangst door loco-burgemeester Trommelen naar de kantine gegaan en later via cafe Leenheers terug naar ons gildehuis. Om 18.00 was er een goed bezochte receptie waarna er een feestavond was voor leden, ereleden, donateurs en genodigden. De muziek is verzorgd door de groep “Nerv Sound”. Op zondagmorgen zijn we samengekomen in het buurthuis in Besoijen om vandaaruit met andere gilde te vertrekken naar de kerk voor de Heilige Mis. Aan het einde van de Heilge Mis is het Wilhelmus gezongen en zijn we teruggeaag naar het buurthuis om koffie en broodjes te gebruiken. Om 12.15 is de optocht begonnen echter de belangstelling is tegengevallen. Later vind op de Gildehoeve aan het Westeinde een uiteenzetting plaats over gilden door J. Toorians.  Dan zegt loco-burgemeester Trommelen nog een woordje waarna de boom is bevrijdt en waarna aansluitend de wedstrijden met het schieten op de wip zijn begonnen. René Pullens, de zoon van Henk Pullens van het Sint Ambrosius gilde uit Baardwijk wint die wedstrijd hoewel dat gilde al 18 jaar niet meer met het geweer schiet. Het was zeer gezellig wat bleek uit het feit dat de gilden lang bleven hangen. Hoogtepunt was om 19.30 uur toen enige leden van St. Ambrosius de feesttent binnenkwamen met twee reusachtige paarden die waren gemaakt voor de carnavalsoptocht. 

 

2013: 175 jarig bestaan                                                                                                                                                                     

 

 

 

Gilde in 2013 (175 jarig bestaan)

 

 

2021

Op dit moment telt het gilde ongeveer 20 leden; een mix van jong en oud van 18 tot 85 jaar oud. Op de zondagen wordt er inde zomer buiten op de wip geschoten en in de winter binnen met het liuchtgeweer. Daarnaast worden de traditionele gildegebruiken nog steeds zoveel als mogelijk uitgedragen. Dienstbaarheid en trouw aan kerkelijk en wereldlijk gezag worden jaarlijks bevestigd door middel van het vernieuwen van de eed van trouw aan kerkelijke en wereldlijke overheid op de zogenaamde Staatsiedag. Traditiegetrouw zijn de pastoor van de parochie Sint Jan-Maria en de burgemeester van Waalwijk respectievelijk Gildeheer en Beschermheer. Het gilde is in 2019 verhuist naar een nieuw terrein. Het gilde is aangesloten bij de NoordbrantseFederatie van Schuttersgilden en maakt binnen deze federatie deel uit van kring Maasland. Ook is het gilde in 2007, na aanleiding van gewijzigde regelgeving lid geworden van de Koepel Nederlandse Traditionel Schutters (KNTS. De gildekamer is gevestigd in bistro de Huiskamer aan de Besoijensestraat in Waalwijk. Hier worden onder andere de maandelijkse vergaderingen gehouden en ook wordt op deze locatie verzameld wanneer het gilde naar buiten moet treden op bijvoorbeeld de staatsiedag.